Priorij St.-Hilarius - Vaucluse
Geschiedenis van de abdij
Klik - HIER - om de pagina te vergroten of te verkleinen.
Falaise - Rotswand
Grotte - Grot
Chapelle du XIIIe - Kapel uit de 13e eeuw
Cour du chevet - Binnenplaats achter het koor
Cloître - Claustrum
Salle capitulaire - Kapittelzaal
Réfectoire - Refter
Jardin conventuel - Kloostertuin
Grande terrasse - Grote terras
Petite terrasse - Kleine terras
Terrasse des écuries - Stallenterras
De grijsgekleurde ruimten geven de privévertrekken aan. Deze zijn niet te bezichtigen.
Kort overzicht van de geschiedenis van de voormalige karmelietenpriorij St.-Hilarius.
Prehistorie
Al in de prehistorie is er in de omgeving van Ménerbes sprake is geweest van menselijke bewoning. Archeologische opgravingen in de regio hebben dit aangetoond en daarmee bevestigd wat men, gezien de ligging van de priorij (met uitzicht op de Luberon en in de luwte van de mistral), de aanwezigheid van bronnen en het bestaan van natuurlijke grotten, altijd al had vermoed.
5e eeuw
Volgens de overlevering zou St.-Castor, de latere bisschop van Apt, zich in één van deze grotten in de Luberon hebben gevestigd.
11e-12e eeuw
Recente opgravingen in de kapel hebben aangetoond dat de kleine, overwelfde ruimte, waar op de muren nog de merktekens staan van de ambachtslieden die tegen stukloon werkten, deel uitmaakte van een "kapel" die al bestond vóór de komst van de karmelieten.
13e eeuw
Een grafsteen uit 1254, ingemetseld in de muur van het claustrum, doet vermoeden dat de Priorij St.-Hilarius door monniken uit Palestina is gesticht. Vaststaat dat het om karmelieten ging. De priorij is de tweede vestiging van deze orde in Frankrijk.
Aan het einde van de 13e eeuw werd de vroegere "kapel" gedeeltelijk herbouwd en uitgebreid met een nieuw koor met gotische ramen. In deze periode zijn ook de kloostergebouwen opgetrokken, rondom het claustrum, dat toen al de vorm van een trapezium had.
15e eeuw
De geschiedschrijving beschouwt deze periode als de Gouden Eeuw van de priorij. De kapittels uit de Provence kwamen er meerdere malen bij elkaar (1448 en 1472) en de priorij werd wellicht ook bezocht door Jean de Soreth, de generaal van de orde.
Uit deze eeuw stammen de oudste documenten. Ze laten zien dat er conflicten waren met de wereldlijke geestelijkheid, omdat de priorij weigerde de tiend, waarvan zij was vrijgesteld, te betalen. De zijkapel met spitsbooggewelf wordt gebouwd.
16e eeuw
Door de komst van de Waldenzen in 1540, de Reformatie in 1570 en de bezetting van Ménerbes door de Hugenoten tussen 1573 en 1578 waren het onzekere tijden, die niet ongemerkt aan het leven in de Priorij St.-Hilarius zijn voorbijgegaan. Het gevoel van onveiligheid als gevolg hiervan heeft mogelijk geleid tot de bouw van een ruimte boven de kerk.
Ze deden een beroep op koning Lodewijk XIV, hem erop wijzende dat de priorij vermoedelijk door diens illustere voorvader, de heilige Koning Lodewijk, bij zijn terugkeer van de Zevende Kruistocht was gesticht. Als bewijs moest gelden wat de verzamelde getuigen zich konden herinneren. In 1660 nemen de monniken weer rechtmatig hun intrek in de priorij.
17e eeuw
Na het herstel van de vrede keert een karmelietengemeenschap terug in de priorij om er regulier (volgens de Regel) te leven. De groep geeft zelfs de aanzet tot een hervorming van de orde, de zogenoemde Hervorming van Touraine, waardoor zij zich als "(Geschoeide) karmelieten" konden blijven onderscheiden van de "Ongeschoeide karmelieten" (Hervorming van de H. Theresia van Avila en de H. Johannes van het Kruis). De priorij wordt gedeeltelijk herbouwd, waarbij het oppervlak van het claustrum wordt verkleind.
Dat de priorij zo'n hoge vlucht nam, wakkerde de hebzucht aan. De bisschop van Cavaillon krijgt in 1656 van Paus Alexander VII toestemming om de priorij op te heffen en er zijn straatarme klein-seminarie in te vestigen. Het conflict duurde vele jaren. De met veel geweld verdreven karmelieten riepen tal van streekbewoners, notabelen en buren, op als getuigen.
Ze deden een beroep op koning Lodewijk XIV, hem erop wijzende dat de priorij vermoedelijk door diens illustere voorvader, de heilige Koning Lodewijk, bij zijn terugkeer van de Zevende Kruistocht was gesticht. Als bewijs moest gelden wat de verzamelde getuigen zich konden herinneren. In 1660 nemen de monniken weer rechtmatig hun intrek in de priorij.
In 1664, na de verschijning van de H. Maagd Maria in de buurt van Goult, op zeven kilometer afstand van de Priorij St.-Hilarius, nemen de monniken deel aan de stichting van de Notre-Dame des Lumières.
18e eeuw
Bij gebrek aan monniken worden de bezittingen van de Priorij St.-Hilarius in 1778 overgedragen aan het moederklooster in Avignon. In 1792, toen de pauselijke staten van Avignon, als gevolg van de Franse Revolutie, met Frankrijk waren herenigd, wordt de priorij afgestaan aan een particulier in Avignon.
19e eeuw
In 1858 kochten de cisterciënzers van Sénanque de priorij om er een "schuur" (dit wil zeggen een "kloosterboerderij") van te maken. Dit weerhield hen er niet van om enkele restauratiewerkzaamheden uit voeren, zoals het aanleggen van een zuilengang ten zuiden van het klooster. Omdat de priorij toch te ver van hun abdij was verwijderd, verkochten ze haar in 1864 aan boeren.
20e eeuw
De aardbeving van 1909 veroorzaakt scheuren en verzakkingen. Een erfrechtelijke boedelscheiding verdeelt het gebouw in tweeën. Het claustrum wordt van de rest afgescheiden met een muur. Het gebruik van de priorij als boerderij leidt ertoe dat de refter wordt omgevormd tot stal, de eerste etage tot schuur en de kerk tot een loods met een koetspoort in de muur van het koor. Niets herinnert nog aan het kloosterleven van weleer.
In 1961 verwerven de heer en mevrouw René Bride uit Reims een deel van de voormalige Priorij St.-Hilarius. Met de restauratie wordt geleidelijk een begin gemaakt, nog voordat de priorij in 1967 weer één geheel zou worden.
In 1975 wordt de voormalige Priorij St.-Hilarius aangewezen als Historisch Monument. Sindsdien worden de restauratiewerkzaamheden aan de gevels en daken van de kapellen en het klooster uitgevoerd onder leiding van de Direction Régionale des Affaires Culturelles.
- - - oOo - - -